Koffiepraatjes: 20 minuten over toegankelijke taal in de gezondheidszorg

koffiepraatjes over duidelijk taalgebruik

Wist u dat In gewone taal koffiepraatjes over toegankelijke taal organiseert, speciaal voor de gezondheidszorg? Deze praatjes zijn laagdrempelig en duren maximaal 20 minuten.  Doel is om zorgverleners, verpleegkundigen, artsen en para-medici te motiveren  hun taal aan te passen aan hun cliënten.

Aan de hand van cijfers, anekdotes en korte filmpjes leert u:

  • Hoe het zit met de taalvaardigheid van de gemiddelde Nederlander;
  • Hoe u uw diensten afstemt op praktisch opgeleide deelnemers;
  • Op welke manier u laaggeletterdheid herkent.

Koffiepraatjes: in 20 minuten weten wat u zou moeten weten

Een koffiepraatje kost maximaal 20 minuten van uw tijd.  Natuurlijk kunt u dit uitbreiden met een discussie van 15 tot 30 minuten. Met elkaar kom je vaak tot de beste oplossing.

“Laten we zorgen dat de gezondheidszorg toegankelijk wordt voor ons allemaal.”

Alle Nederlanders hebben recht op gezondheidszorg. Ook zij die moeite hebben met lezen. Helaas blijkt dat deze groep vaker ziek is. Omdat ze hun medicijnen verkeerd gebruiken bijvoorbeeld. Wist u dat gemiddeld 10 procent van de beroepsbevolking moeite heeft met taal en rekenen? Daarboven zit een nog grotere groep, die moeite heeft met lange teksten. Of met teksten waarin woorden staan die ze niet kennen. Op het moment dat mensen ziek zijn, vinden mensen het vaak extra om ingewikkelde teksten te lezen.

Om uw zorg voor iedereen toegankelijk te houden, is een omslag van denken nodig. Niet alleen bij de medewerker die de teksten schrijft, ook bij het management en bij de zorgverlener aan het bed. Natuurlijk hoeft niet iedereen een training te volgen. Wel is een breed draagvlak binnen de organisatie nodig voor blijvend resultaat.

Meer weten? Vraag vrijblijvend meer informatie. 

Handboek Natuurcoaching

Eindelijk is er een compleet handboek over natuurcoaching verschenen! Dit kon niet uitblijven. Want ik weet niet hoe het zit in het België van de auteur Ann Sterckx, maar in Nederland woont op iedere straathoek wel een natuurcoach. Van zelf benoemde kruidendokters tot academisch geschoolden in psychologie, genees- of bedrijfskunde … allemaal roemen ze de rust en inspiratie die de natuur biedt. Ik raad ze stuk voor stuk aan dit boek te lezen.

Natuurbeleving

Als redacteur van dit boek, ben ik natuurlijk bevooroordeeld, maar ik heb bewondering voor de aanpak van Sterckx. Ze doet een persoonlijke, en gedegen poging het vak van natuurcoach te doorgronden en door te geven. Met dit boek biedt ze natuurcoaches en andere liefhebbers een basis waarop ze op zijn minst onderling hun kennis kunnen uitwisselen, en versterken.

In het eerste deel beschrijft Sterckx onder meer een zestal filosofische stromingen, waaruit natuurcoaches kunnen putten. Ook introduceert ze typische begrippen als het ecozelf. In het tweede deel, De Koraalwaaier, laat Sterckx zien op welke wijze je natuur kunt beleven, en gebruiken als natuurcoach.  De belevingswijze verloopt van een bomenbehangetje in je behandelkamer tot levensstijl-activist. Hoewel ze het een niet hoger schat dan het andere, maakt ze vanaf het begin duidelijk waar ze zelf staat: De natuur is het begin en het eind van alles. Is die relatie niet goed, dan veroorzaakt dat psychisch en lichamelijk lijden. En dus moet de mens haar relatie met de natuur herstellen. 

Soms schetst Sterckx een wat eenzijdig beeld; de harde kant van natuur zoals natuurgeweld benoemt ze niet. Dat maakt dit boek niet minder boeiend. Het zet aan tot nadenken, en biedt een keur aan opdrachten en vragen waarmee iedereen, echt niet alleen coaches, zich verder kan verdiepen in natuurbeleving.

Handboek Natuurcoaching

 

Verdriet en verlangen

verdrietig en verlangen

Gisteren was ik naar een crematieplechtigheid van een buurman.  Slechts 56 jaar is hij geworden.  Iedereen in de buurt kende hem; regelmatig fietste hij langs, in werkkleren met zijn onafscheidelijke pet op zijn hoofd. Ter hoogte van onze achtertuin had ie een lekkere vaartje vlak voordat het fietspad omhoog liep, de galerij op. Vanwaar hij soms uit het niets kon opduiken voor een praatje met een van zijn buren. Hij was een doener die graag meewerkte in de buurttuin, of bij de restauratie van de oude camper van een van de andere buren. Natuur was zijn grootste passie. De laatste jaren werkte hij in het groenbeheer, volgde hovenierscursussen en vertelde honderduit over wat hij daar leerde. Het was een man die het gesprek begon met een mededeling. Want zomaar een praatje maken is spannend.

Verdriet

Tijdens de rouwplechtigheid waren we met velen: pleegfamilie en familie waarmee hij wisselend wel of geen contact mee had gehouden, oude vrienden en de thuiszorgmedewerkers die hem slechts vier dagen onder hun hoede hadden. Ook zijn jobcoach die aanvullend werk voor hem had gevonden, zodat hij ook in de wintermaanden iets zou verdienen. Maar vooral waren er veel buren. Allemaal waren we verdrietig en geraakt. Door wie hij was, en door de manier waarop hij stierf: hij overleed alleen in zijn eigen huis aan de gevolgen van een onverwachtse longbloeding. Zo graag hadden we hem een zachtere dood gegund,  of in ieder geval hand-in-hand met vrienden of familie. Maar er was nog een reden waarom we verdrietig waren. We herkenden iets van onszelf in hem. Namelijk zijn intense verlangen onderdeel te zijn van de gemeenschap.
Dat hij dat inmiddels was, heeft hij gelukkig ervaren, in de korte periode dat hij ziek was. Bezoekjes, appjes… hij genoot ervan.

 

Mooie aanbeveling voor het programma “Werk aan je taal”

Met het lesprogramma “Werk aan je taal“, dingt In gewone taal mee naar een van de prijzen van Gelderland arbeidswijs.

Spannend, maar ook als het niet in de prijzen valt, gaat het lesproject gewoon verder. Vorige week ontving ik onderstaande aanbeveling van Gerard Huis in ‘t Veld. Hij is voorzitter van de Stuurgroep Taalhuis Lochem-Zutphen.

“Het is een toenemend maatschappelijk probleem dat te veel jongeren het MBO verlaten met te weinig taalvaardigheid en digitale vaardigheden. Hierdoor verminderen hun kansen op een goede  positie op de arbeidsmarkt. Dit project signaleert dit probleem en wil op goede interactieve wijze (studenten, jonge werknemers en werkgevers samen) een bijdrage leveren om dit probleem bespreekbaar te krijgen en tegelijkertijd er ook iets aan te doen.”